AREI uitgelegd voor de praktijk
Het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) legt in België vast hoe een laagspanningsinstallatie ontworpen, uitgevoerd en gekeurd wordt. Hieronder vind je de onderwerpen die het vaakst terugkomen, kort in eigen woorden en met het artikelnummer uit Boek 1, zodat je de volledige tekst zelf kunt nalezen.
Art. 3.1.2Schema's en plannen
Elke installatie heeft documenten nodig die de opbouw tonen. Het eendraadschema (stroombaanschema, 3.1.2.2) toont borden, beveiligingen en kringen; het situatieschema (3.1.2.3) toont waar de elementen in het gebouw zitten. Gebruik in beide dezelfde codes.
Art. 5.3.5.3Differentieelschakelaars
Differentiëlen beschermen tegen foutstromen naar aarde. Welke gevoeligheid je waar nodig hebt, hangt af van het soort installatie en de ruimte. Zie ook 5.1.3.3 voor de algemene eisen aan differentieelstroombeschermingsinrichtingen.
Art. 5.3.5.2Contactdozen en verlichting
Er gelden regels over hoe je contactdozen en lichtpunten over kringen verdeelt. Plan dit vóór je trekt, zodat je niet achteraf kringen moet splitsen. Zie ook 5.3.3.4 voor de voorschriften aan contactdozen zelf.
Art. 5.2.4Doorsnede en beveiliging tegen overstroom
De beveiliging moet passen bij de toegelaten stroom van de kabel, rekening houdend met de plaatsingswijze. Controleer ook de spanningsval bij lange kringen.
Art. 5.4.2.1Aardverbinding
De aardverbinding en de meting van de verspreidingsweerstand (6.4.5.2) zijn vaste punten bij de keuring. Noteer de gemeten waarde in je dossier. De minimumdoorsneden van beschermingsgeleiders staan in 5.4.3.2.
Art. 7.1Badkamers en douches
Ruimten met bad of douche worden in volumes verdeeld. Per volume gelden beperkingen op welk materieel je mag plaatsen en welke bescherming nodig is. De afstanden meet je vanaf het bad of de sproeikop.
Art. 6.4Gelijkvormigheidscontrole vóór ingebruikname
Een nieuwe installatie wordt gecontroleerd door een erkend organisme: administratief (6.4.2), visueel (6.4.3), door beproeving (6.4.4) en door meting (6.4.5). Zorg dat schema's en plannen klaarliggen.
Art. 6.5.2Periodieke controlebezoeken
Na de ingebruikname volgen controlebezoeken met een vaste periodiciteit, afhankelijk van het type installatie.
Art. 8.4.1Oude huishoudelijke installaties
Voor oude installaties, bijvoorbeeld bij verkoop van een woning, bestaat een aparte regeling voor het controlebezoek. Inbreuken moeten binnen een termijn worden weggewerkt (8.4.2.3).
Deze pagina is een vereenvoudigde uitleg en vervangt het AREI niet. Lees altijd de officiële tekst na en laat de installatie keuren door een erkend organisme.